Nawoord (1969)

De auteur van dit boek, A.L. Constandse (1899-1985) werd opgeleid voor het onderwijs, behaalde in 1931 de akte MOB-Frans, later studeerde hij MO-Spaans en promoveerde hij in 1951 op een proefschrift over Calderôn de la Barca. Nog in 1968 kreeg hij aan de Universiteit van Amsterdam een leeropdracht inzake de geschiedenis van Spanje en Latijns-Amerika. Van 1918-1939 was hij actief als propagandist in de bewegingen voor de vrije gedachte, het antimilitarisme en anarchisme. Hij schreef toen ongeveer vijftig brochures, twee sociale romans, en boeken over atheïsme (1926), protestantisme (1927), de rassenleer (1935) en studies over o.a. Feuerbach, Spinoza en W. Reich, benevens een boek over het anarchisme (1938).  In 1927 zat hij twee maanden gevangen wegens opwekking tot dienstweigering.
In 1940 werd hij door de Duitse bezetters gearresteerd als gijzelaar en zat hij vier jaar gevangen in Buchenwald, Haaren, St. Michielsgestel en Vught. Na de oorlog bleef hij meewerken aan de bewegingen voor de vrije gedachte, het humanisme, de seksuele hervorming. Hij werkte mee aan bladen als De Vrijdenker, Verstandig Ouderschap, Mens en Wereld en schreef onder andere boeken over de Sovjet Unie (1947), Bakoenin (1948), het humanisme in Nederland (1967) en Anarchisme van de daad (1969). Maar overwegend bestudeerde hij de internationale politiek als journalist, radio¬commentator en docent voor Volksuniversiteiten. Hij schreef boeken over Mexico, Cuba, Joegoslavië; over Krupp, Tito, Chroestsjow, Kennedy, Mao Tse-toeng; over de historie van de twintigste eeuw, o.a. Achter de schermen der diplomatie, en: Het lot belooft geen morgenrood. In een dertigtal andere werken schreef hij hoofdstukken en inleidingen. Hij werkte vanaf 1962 tot in 1984 mee aan het maandblad De Gids, dat in 1969 een dubbelnummer wijdde aan zijn werk.
In 1972 trad Constandse toe tot de redactie van het theoretische anarchistische tijdschrift de AS, in dat jaar opgericht door Hans Ramaer en Wim de Lobel. Daarmee keerde hij in zekere zin terug naar het anarchisme. Hoewel hij niet meer geloofde in het anarchisme als stuwende maatschappelijke beweging, meende hij dat anarchistische principes en anarchistische theorie wel degelijk als leidraad konden fungeren in de moderne tijd. Constandse ging voortaan uit van een pragmatisch anarchisme: het anarchistisch denken zoveel mogelijk in de dagelijkse praktijk proberen vorm te geven. Tot aan zijn overlijden in 1985 schreef hij voor de AS in bijna ieder nummer een verhelderende inleiding over maatschappelijke, sociale, politieke of filosofische thema’s. Een bundeling van zijn artikelen uit de AS verscheen in boekvorm als Anarchisme: inspiratie tot vrijheid (1979). Hij publiceerde in 1977 De Alarmisten, een selectie teksten, tekeningen en poëzie uit de tijdschriften Alarm en Opstand, die onder zijn redactie verschenen tussen 1928 en 1933.
Voor de VPRO-radio gaf hij in de jaren zeventig en tachtig wekelijks commentaar op binnen- en buitenlandse politieke gebeurtenissen. Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag vereerde de VPRO hem bovendien met een twee uur durende uitzending over zijn leven en werk.
Graag had een Constandse een autobiografie willen schrijven, maar hij kon deze niet meer voltooien. En bundeling van autobiografische artikelen verscheen postuum in 1985 als De bron waaruit ik gedronken heb. In 1999 verscheen Anton Constandse. Leven tegen de stroom in, met een groot aantal artikelen over Anton Constandse en een uitgebreid bibliografisch overzicht.

Bij Kelderuitgeverij verscheen van Anton Constandse:

De bron waaruit ik gedronken heb
Inleiding Rudolf de Jong, Utrecht 2009

Grondslagen van het anarchisme
Utrecht 2012

Alarm, Anarchistisch Maandblad 1922-1926
Inleiding Hans Ramaer, Utrecht 2012

Opstand, Revolutionnair Maandblad 1926-1928
Inleiding Hans Ramaer, Utrecht 2012

Grondslagen van het atheïsme
Inleiding Paul Cliteur, Utrecht 2018

 

> terug naar uitgave