Chris Lebeau.  Kunstenaar en Anarchist.

Het  Museum Willem van Haren en het Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum leven in een soort symbiose. Het tweede museum is organisch in het eerste ingepast. De jaarlijkse Domelalezing wordt in het Van Haren gehouden. En dan zijn er om de paar jaar tentoonstellingen die in gezamenlijk overleg worden voorbereid. Zo was er de expositie van werk van Cesar Domela, de zoon van Ferdinand Domela Nieuwenhuis; die met de originelen uit het gedenkboek dat  Ferdinand Domela Nieuwenhuis in 1904 werd aangeboden, met manuscripten en werk van kunstenaars als Kees van Dongen, Jan Toorop en Heyenbroek en tenslotte die met kritiek en satire op Oranje.
Thans is een tentoonstelling gewijd aan de kunstenaar Chris Lebeau. Chris Lebeau werd in 1878 geboren en groeide op in een strijdbaar socialistisch gezin, dat met Domela voor het anarchisme zou kiezen. Hij overleed in 1945 in het concentratiekamp Dachau, tot het laatst even strijdbaar als hij van huis uit was.
Chris Lebeau was de bekendste anarchist onder de kunstenaars en de bekendste kunstenaar onder de anarchisten. Maar was hij ook een anarchistisch kunstenaar? Deze vraag wordt in de tentoonstelling en in deze publicatie aan de orde gesteld. Een probleem hierbij is dat zijn anarchisme het sterkst tot uiting kwam in zijn persoonlijk optreden en dat kan onmogelijk op een tentoonstelling tot uiting worden gebracht. In deze publicatie is dat enigszins opgevangen door veel aandacht aan anekdoten te besteden.
Hoewel het Lebeau’s anarchisme het centrale thema is, wordt er op de tentoonstelling en in deze publicatie ook aandacht besteed aan omvang en verscheidenheid van zijn werk. Deze tentoonstelling laat van zoveel mogelijk aspecten althans iets zien en besteedt in de begeleidende publicatie aandacht aan enkele speciale onderwerpen.
Leven en werk
Chris Lebeau’s tekentalent werd al vroeg ontdekt en hij  volgde onder andere een opleiding  aan de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam (1895-1899). De Nieuwe Kunst, een Nederlandse variant van Jugendstil, staat centraal in de lessen. Lebeau begint zijn artistieke loopbaan als toegepast kunstenaar en zal geleidelijk aan daarnaast ook tot vrije kunst komen. Portretten, met allerlei technieken, zal hij zijn hele leven maken.
Rond 1900 begint hij te batikken (tot dan toe alleen bekend als een Javaanse kunstzinnige methode om weefsels fraai te verven). Hij is hier een pionier die spoedig een autoriteit wordt.
Voor het batikken werkte hij veelal samen met zijn eerste vrouw Anna M. Levington met wie hij in 1902 trouwde en bij wie hij een dochter, Autarchina, kreeg.
Van 1903 tot 1912 is hij leraar ornament- en ontwerptekenen op de Kunstnijverheidsschool in Haarlem. Daarna zal hij altijd zelfstandig kunstenaar zijn. Aan de Academie in Antwerpen oefent hij zich in de jaren 1905-1908 (hij heeft verlof genomen in Haarlem) in tekenen naar model.
In 1913 sloot hij een vrij huwelijk met Ditte van der Vies-Heyting.
In 1914 maakt hij met het toneelgezelschap van Eduard Verkade, met wie hij in 1912 in contact is gekomen en waarvoor hij onder andere posters maakt en decors bouwt, een tournee door Nederlands Oost Indië, het tegenwoordige Indonesië.
Van 1917 tot 1919 trok hij vaak rond met paard en woonwagen. De wagen ging in 1919 in vlammen op met veel werk uit die jaren erin. Misschien aangestoken, maar Lebeau weigerde als anarchist aangifte te doen. Hij woont dan inmiddels in Den Haag waar hij een bekende figuur wordt in het kunstenaarscircuit.
In 1920 en 1921 verzorgt  hij het gehele interieur – toneelgordijn, glas in lood, stoelen, wandbekleding en de kop aan de gevel van de Haagse bioscoop Astatheater. Na tien jaar zal zijn werk verwijderd worden.
Vanaf 1921 ontwerpt hij postzegels, ook vredeszegels die niet aanvaard worden. Hij  ontwerpt vanaf 1924 glaswerk, ondermeer voor Leerdam . Verschillende malen bezoekt hij Bohemen om werken met glas te bestuderen.
In de jaren twintig maakt hij ook de muurschilderingen en de glas-in-lood ramen voor de eerste klas trouwkamer in het stadhuis van Amsterdam en de muurschilderingen in de Oud Katholieke kerk te Leiden. Hij werkte mee aan anarchistische periodieken.
In 1929 leerde hij Sofia Maria Herman kennen met wie hij gaat samenwonen.
Uit de jaren dertig dateren olieverfportretten, naakttekeningen, tekeningen met goud en zilverstift, geschilderde Nederlandse landschappen voor een internationale tentoonstelling in Brussel, de inrichting van een villa in Berlijn en meerdere gebrandschilderde ramen.
Na de Duitse inval in mei 1940 doet hij geen enkele concessie aan de nieuwe orde. Hij zit in het verzet en wordt in november 1943 gearresteerd. Via Scheveningen en Vught komt hij in het concentratiekamp Dachau, waar hij kort voor de bevrijding sterft.
In 1961 wordt hij herbegraven op de Centrale begraafplaats van de Oorlogsgravenstichting te Loenen.
Tijdens zijn leven heeft Lebeau negentien eigen tentoonstellingen gehad en nam hij deel aan zestien groepstentoonstellingen, waarvan zes in het buitenland. Apart is nog te vermelden de tentoonstelling De Olympiade Onder Dictatuur (D.O.O.D.) in 1936: een protestactie tegen het Hitlerregime.
 
 

> terug naar uitgave