RENÉ SANDERS, DE CHAOSMAATSCHAPPIJ

Deel I: Een maatschappij van beheerders (bevelsvoerders, leidinggevenden, managers, toezichthouders) en uitvoerenden (nieuwe horigen, onrendabelen)

Inleiding

De geschiedenis van elk maatschappelijk, economisch en politiek systeem is lange tijd de geschiedenis van de maatschappelijke tegenstelling geweest.
Meester en slaaf, patriciër en plebejer, adel en lijfeigene, burger en proletariër stonden lijnrecht tegenover elkaar en voerden onafgebroken, soms een heimelijke dan weer openlijke strijd met elkaar. Een strijd die op sommige momenten van de geschiedenis eindigde met een radicale omvorming van de gehele maatschappij of met de gemeenschappelijke ondergang van de elkaar bestrijdende klassen.

In vroege tijdvakken van de geschiedenis vinden we bijna overal een volledige verdeling van de maatschappij in verschillende rangen, standen en klassen. In het oude Rome hebben wij patriciërs, plebejers, slaven. In de middeleeuwen leenheren, vazallen, lijfeigenen en in de moderne tijd die van het industrieel kapitalisme: burgers, middenklasse ook wel kleinburgerij genoemd en arbeiders. Het spreekt voor zich dat elk van deze klassen nog uit verdere onderverdelingen bestond.
Vanaf het midden van de 20ste eeuw zijn we in een nieuwe fase van het kapitalisme beland waarin alle klassieke verhoudingen door elkaar zijn geschud. Ten tijde van het consumptiekapitalisme komen de verhoudingen ineens anders te liggen. Er openbaart zich een nieuwe tegenstelling nl die van producenten, productenbemiddelaars en consumenten, die uiteindelijk aan het eind van de vorige eeuw uitgemond is in een systeem dat sociologisch gezien bestaat uit managers, beheerders, toezichthouders enerzijds en de uitvoerende, nieuwe horigen en onrendabelen anderzijds.
In dit geschrift zullen we uitvoerig stil staan bij deze nieuwe vorm van kapitalisme en zullen we onderzoeken of er de een of andere strategie aan de verschuiving in het systeem ten grondslag ligt.

De westerse samenleving heeft tot nu toe alle profetieën die haar ondergang aankondigden en de praktische strijd die tegen haar is gericht geweest, overleefd met een singuliere strategie: die van de neutralisering. Zo heeft in de vorige eeuw de burgerij op sociaal, economisch en cultureel gebied de algehele ontburgerlijking kunnen realiseren door een systeem te ontwikkelen dat de burgerij als klasse ophief. Haar tegenvoeters uit de moderne tijd, de arbeiders, zijn slachtoffer geworden van hetzelfde systeem, zij zijn tijdens de hoogtijdagen van het consumptiekapitalisme als gevolg van aanpassingen in het salarissysteem en als gevolg van neutralisering van vakorganisaties en politieke partijen, veranderd in een massa van consumptieslaven.
Alle klassen zijn in de loop van de jaren zeventig van de vorige eeuw één amorfe massa geworden, die enerzijds uit beheerders, managers en toezichthouders bestaat en anderzijds uit uitvoerenden en onrendabelen.

Eerder heeft op een ander ideologisch niveau het christendom zichzelf als dominante godsdienst opgeofferd om te kunnen overleven als een affectieve, spirituele stroming met een vage notie van mededogen, onderdanigheid, bescheidenheid en religieus sentiment. Op weer een ander niveau heeft het neoliberalisme zich als enige ideologie kunnen handhaven door alle ideologieën uit de 19e eeuw (marxisme, anarchisme, liberalisme, conservatisme) te veroordelen tot het domein van de geschiedenis door het einde van de geschiedenis in hegelse zin af te kondigen.
Alle ideologieën zijn in de loop van de jaren tachtig van de vorige eeuw op de mestvaalt van de geschiedenis gegooid.

Tot slot kan in het algemeen gesteld worden dat op het politieke en economische vlak het kapitalisme eerst als consumptiekapitalisme, later als financieel kapitalisme heeft kunnen overleven door de afgelopen tientallen jaren de loonarbeid om te vormen tot sociaal en cultureel kapitaal en het fenomeen spektakel dat zich duidelijk gaat manifesteren ten tijde van het consumptiekapitalisme in zijn armen te sluiten. Hoog tijd om de raison d’être van de huidige maatschappelijke orde te onthullen.

De huidige postmoderne kapitalistische maatschappij heeft haar bijzondere, particuliere, diverse, antagonistische structuur opgeofferd om een universele, uniforme structuur te realiseren. Anders gesteld: in de afgelopen decennia heeft zij de oppositionele inhoudelijke kracht getransformeerd tot een bloedeloze, levenloze vorm die in geen enkel opzicht een bedreiging voor haar vormt.
Maar het beeld dat geschetst wordt is een andere. Zo wil zij graag doen geloven dat er sprake is van een ‘clash of civilizations’. Op de keper beschouwd zou dit betekenen dat er een levendige strijd plaatsvindt tussen de westerse ‘beschaving’ die in de hoedanigheid van een christenkapitalistische vorm strijdt tegen een oosterse ‘beschaving’, die de islamitische feodale vorm vertegenwoordigt. Deze ‘beschavings’vormen zijn evenwel al gedesintegreerd en spelen derhalve geen enkele rol meer.

Wat mondiaal dominant is, is het financieel kapitalistische systeem, dat nu een systeem is geworden dat in zijn uiterlijke vorm spectaculair van karakter is. Al in de vorige eeuw is het kapitalisme een verbintenis aangegaan met het spektakel om zichzelf om te vormen van een productiekapitalisme waar nog sprake is van een scherpe tegenstelling tussen de representanten van kapitaal en die van de arbeid tot een consumptiekapitalisme dat gedomineerd wordt door de tegenstelling tussen producenten van de vermaak-, reclame- en media-industrie en de slaafse consumenten van de producten ervan. In zowel het productiekapitalisme als in het consumptiekapitalisme treedt het geldkapitaal op als leidend en sturend principe. Nu speelt het een zichtbare en overheersende rol waar het in het verleden slechts als aanstichter, initiator en wegbereider voor diverse vormen van kapitalisme fungeerde. Het financieel kapitalisme is aan de oppervlakte gekomen, het toont nu zijn ware spectaculaire gezicht.

Marx’ vaak geciteerde formule van het productiekapitalisme: G-W-G1 (Geld-Waar-Geld+) is in een deeltjesversneller gestopt. Met geld wordt geen meerwaarde gecreëerd, geld wordt geheel losgekoppeld van de waarde. Geld dient enkel en alleen nog om winst te maken. Alles in dit systeem wordt tot geld gereduceerd, alles wordt gekapitaliseerd. De gehele westerse samenleving is tot in elke porie ervan doordrongen. Van oorspronkelijke productiefactoren grond, arbeid en kapitaal (geld) heeft het kapitaal zich losgezongen. Geld gehoorzaamt niet meer aan bepaalde wetten. Zo op het oog gehoorzaamt geld aan geen enkele wet, behalve aan de wet die het zelf geschapen heeft: de wet van de accumulatie.

Toen het financieel kapitalisme zich meer en meer losweekte van alle ander vormen van kapitalisme stapelde de ene crisis zich op de nadere. Er is een kredietcrisis, een financiële crisis, een economische crisis, een politieke crisis, een sociale crisis, een culturele crisis, een klimaatcrisis, een milieucrisis, een parlementaire crisis en een staatscrisis gaande.
Intussen hebben wij nu al weer een periode van veertig jaar crisis achter de rug. Onder druk van de door het kapitaal opgezweepte productie en consumptie begon de aarde luider te kreunen: de milieucrisis werd zichtbaar. Vervolgens belandden we vanaf de jaren 80, toen de neoliberalen het voor het zeggen kregen, in een economische crisis. Al snel werden we eind jaren 90 geconfronteerd met een internetcrisis, die in het eerste decennium van deze eeuw gevolgd werd door een kredietcrisis. Het bankwezen en de financiële wereld sloegen op hol en werden stuurloze naar winst happende machines. De beurskrach, de ineenstorting van de financiële markten brachten een enorme kettingreactie teweeg en voeren ons meer en meer richting de afgrond.

Crisis is al lang niet meer een middel van beheren en regeren waarmee beheerders, managers en toezichthouders van het systeem hun geld kunnen verdienen. De situatie is nu dusdanig geaccumuleerd dat crises niet langer beheerst en beheerd kunnen worden.
Twee eeuwen van kapitalisme en marktdenken heeft ons in een permanente crisis gebracht.
Tweehonderd jaar lang is de verspreiding van het kapitalistische virus en de voortgaande globalisering in hand in hand gegaan met oorlog, revolutie, neergang en vernietiging. Nu, in het derde millennium, worden we dagelijks met nieuwe hoogte- en dieptepunten geconfronteerd.

We zijn op weg naar de grote ontknoping van het kapitalisme, we staan aan de vooravond van moordende handelsoorlogen, diepgaande financiële crises, geomonetaire en geopolitieke aardverschuivingen. Onzekerheid en instabiliteit hebben endemische vormen aangenomen.
We zijn in een chaosmaatschappij beland.

Dit is een inleiding van een binnenkort bij Kelderuitgeverij te verschijnen boek De chaosmaatschappij

> terug naar uitgave