LEO TOLSTOJ, IVAN DE DWAAS

Het sprookje

De duivel probeert de drie broers Ivan de dwaas, Semjon de krijger en Taras de buik in zijn macht te krijgen. Door in te spelen op hun gewelddadigheid en hebzucht lukt de opzet van de duivel bij Semjon en Taras zonder veel moeite. De schijnbaar dwaze Ivan ontsnapt hem echter. Ivan redt zijn aan de grond geraakte broers, maar als hij in de gaten krijgt dat gouden munten een arme boerin van haar koe kunnen beroven en dat soldaten dood en verderf zaaien, wil hij hen niet verder helpen. De duivel slaagt er niet in Ivan de dwaas met goud, geweld of goede woorden te pakken te nemen. Uiteindelijk delft de duivel zelf het onderspit.

De moraal

Tolstoj maakt met zijn sprookje duidelijk dat arbeid, handarbeid zoals boer Ivan die verricht, de bron is van alle leven. Handel en krijgsbedrijf brengen alleen maar misère en dood. Gouden munten zijn voor Ivan en zijn dorpsgenoten slechts een speeltje voor de kinderen en soldaten zijn alleen geschikt om muziek te maken, verder zijn het nutteloze opvreters. De duivel die met goud denkt alles te kunnen kopen, lijdt honger in Ivans dorp. De absolute geweldloosheid van de dorpelingen drijft de soldaten tot wanhoop. Zoals het in sprookjes hoort te gaan, zegeviert uiteindelijk het goede. Wat na het lezen blijft hangen, is dat hebzucht leidt tot armoede en dat oorlog alleen maar ellende brengt. Een wellicht naïef denkbeeld dat niettemin prikkelt tot nadenken, zeker in tijden van kredietcrisis en groeiende twijfel aan de rechtvaardigheid van het kapitalistisch systeem.

De vertaler

Ivan de dwaas werd opnieuw uit het Russisch vertaald door de slavist en oud-hoogleraar Russische letterkunde, Tom Eekman (Middelharnis, 1923). Hij kreeg in 1981 de meest prestigieuze Nederlandse prijs voor vertalers, de Martinus Nijhoff prijs, voor zijn vertalingen uit het Russisch van Leskov en Tolstoj. Eekman vertaalde ook uit andere Slavische talen zoals het Pools en Servo-Kroatisch. Zo is de vertaling van het dichtwerk Pan Tadeusz van de Poolse dichter Adam Mickiewicz van zijn hand. In samenwerking met Aai Prins en Anne Stoffel vertaalde hij het verzameld werk van Tsjechov voor de Russische Bibliotheek van Van Oorschot.

De tekenaar

De tekeningen bij Ivan de dwaas zijn gemaakt door Leo Schatz. De schilder Schatz (Amsterdam, 1918) kreeg zijn opleiding aan de Kunstnijverheidsschool en de Rijksacademie in Amsterdam. Na de oorlog raakte Schatz onder de indruk van de Franse schilder Bonnard en ontwikkelde hij een eigen, kleurrijke vorm van expressionisme. Na het overlijden van zijn vrouw in 2003 vond hij een nieuwe uitingsvorm in gedichten en tekeningen. Ivan de dwaas is niet het eerste boek waarvoor Schatz schilderde of tekende. In 1989 verscheen de publicatie De kleur van Leo Schatz met teksten over zijn werk van Bert Schierbeek, Jan Vrijman en C. Buddingh. In 2003 kwam Kleur heeft een mens getekend uit met een overzicht van zijn schilderijen, een inleiding van Tom Rooduijn en een parabel van Toon Tellegen. In 2005 publiceerde hij Ik heb geen aanleg voor verdriet, een boek met tekeningen en gedichten. De uitgevers Kelderuitgeverij werkt voor deze uitgave samen met atelier GrotesQue Atelier GrotesQue is een boekdrukwerkplaats en uitgeverij van bibliofiele uitgaven. GrotesQue (familienaam voor de schreefloze letter) werd in 1983 opgericht door Lokum & Van Thiel (Lothar Micklei en Machtelt van Thiel). Het fonds bestaat uit eigenzinnige uitgaven waarbij inhoud en typografie aan elkaar gewaagd zijn. De uitgave d. Doelpunt – Namen van Nederlandse voetbalverenigingen werd in 2004 uitverkoren tot de vijftig mooiste boeken van Mooi Marginaal. In 2008 hoorde het doordraaiboek O,o,o, voorjaarslunch in Voorhout tot de vijftig mooiste boeken.

Het sprookje dat Leo Tolstoj in 1885 schreef, prikkelt nog altijd tot nadenken, zeker in tijden van kredietcrisis en groeiende twijfel aan de rechtvaardigheid van het kapitalistisch systeem.

> terug naar uitgave