S.M. SHEEHAN, ANARCHISME

Anarchisme op wereldschaal

HET NIEUWE ANARCHISME
Seattle, november 1999: het Carnaval tegen het Kapitaal. De leden van de wereldhandelsorganisatie WTO kwamen maandagavond 29 november in Seattle aan. Bij het Exhibition Center werden de afgevaardigden in hun limousines en touringcars al opgewacht door duizenden demonstranten. De volgende morgen om zes uur begon de eerste protestmars. Tegen de middag hielden nog een paar blokkades stand, stevig gesteund door straattheater en straatfeesten. Woensdagmorgen om zeven uur verzamelden zich gaandeweg meer demonstranten, hoewel de reacties van de politie heftiger werden: er verschenen gepantserde voertuigen. Vrijdag hielden grote groepen geweldloze demonstranten een sitdownactie bij de gevangenis waar de gearresteerde demonstranten zaten.
Elke avond werden er vergaderingen gehouden door de vertegenwoordigers van de diverse affiniteitsgroepen. Ze zaten in een grote kring om de tactiek te bespreken. Het pakhuis waar de bijeenkomsten werden gehouden was al dagen voor 29 november het punt waar oefeningen in geweldloos verzet werden gehouden. Waar workshops werden gegeven over hoe je je solidariteit kon betuigen met de gevangenen. Toen de acties eenmaal op gang kwamen, werden er constant cursussen EHBO gegeven.
Gedurende de vijf dagen van protest bleken allerlei belangrijke anarchistische beginselen zo goed te werken dat andere, niet-anarchistische militanten ze overnamen. Er kwam geen centraal gezag of hiërarchische bureaucratie uit voort, en toch ontstond er een opmerkelijke coördinatie tussen de affiniteitsgroepen, die allerlei soorten activiteiten organiseerden: protestmarsen, menselijke blokkades, spandoeken maken, straten afsluiten en straattheater. Iedereen was welkom, ongeacht ieders opvattingen, in het anarchistisch Convergentie Centrum dat als coördinatiepunt fungeerde voor allerlei organisatorische dingen. Onderdak zien te regelen, medische hulp en natuurlijk het plannen van nieuwe vormen van agitatie. Er werd gecommuniceerd met behulp van gsm's, grote plakkaten en zelfs via boodschappen die op T-shirts waren geschilderd.
In de bijtende rook kon je zwarte vlaggen zien wapperen, maar toen er een McDonald's werd bestormd, waren het geen stoeptegels die tegen de ruiten kletsten maar roquefort-kaasjes. En dit was niet de eerste keer dat bij een anti-kapitalistische demonstratie de traditionele uitingen van revolutie - geweren, bommen en legers - op speelse wijze werden gedeconstrueerd naar een krachtig, maar vreedzaam en fotogeniek protest. Activisten verschenen in pseudo-uniformen en anonieme witte overalls die in de chemische industrie worden gedragen. In Praag, bijna een jaar na Seattle, werd geprotesteerd tegen het IMF, het Internationaal Monetair Fonds. Daar verschenen mini-legertjes van demonstranten ten tonele, verkleed als elfjes en gewapend met plumeaus om de zwaar uitgemonsterde, gewapende politie af te stoffen en te kietelen. Bij zulke protesten worden de verbindingslijnen niet zozeer geblokkeerd door brandende barricades en straatgevechten, als wel door gigantische bouwsels als de Liberation Puppet waarmee een belangrijke verkeersweg werd lamgelegd. Bij protesten in 2001 in Quebec-stad werd een nep-middeleeuwse katapult gebruikt. Daarmee werd allerlei zacht speelgoed afgeschoten op de politielinies die de gedelegeerden van de FTAA (Free Trade Area of the Americas, de vrijhandelszone van de Amerika's) moesten beschermen. Op de Republikeinse conventie van 2000 in Philadelphia waren demonstranten verkleed als groteske parodieën van miljardairs en dictators. ‘Radicale Cheerleaders’ riepen op tot radicaal feminisme, gekleed in gewaagd-korte minirokjes, versierd met ouderwetse strikjes en rozetten. Sommige van deze grappen lijken tamelijk onschuldig, toch vormt de anti-kapitalistische beweging bepaald geen onschuldige terugval naar het protest van de jaren zestig. Zij kondigt een beweging aan voor radicale verandering in de 21e eeuw, een beweging die zich verbonden voelt met een anarchisme dat uit zijn winterslaap ontwaakt.
Vijf dagen van grotendeels vreedzaam oproer door zo'n 75.000 demonstranten hadden de conferentie van de WTO in Seattle bijna doen mislukken. Happenings à la Reclaim the Streets (‘Eis de straat terug’) onderstreepten de rechten van autoloze mensen op de openbare ruimte. Black Bloc-anarchisten en de makkelijk te herkennen mensen van Ya Basta (‘Nu is het genoeg!’) in hun witte, tute bianche overalls deelden de straat met Franse en Koreaanse boeren, jongerengroepen, milieuactivisten, pacifisten, staalarbeiders, tegenstanders van biotech-eten en nog vele andere groeperingen. In brede zin hadden ze één gemeenschappelijk doel: krachtig protesteren tegen het mondiaal onrecht - waarvoor ze de WTO aansprakelijk stelden.
De demonstranten slaagden erin hun zorgen onder de aandacht van het publiek te brengen, en wel op een manier die nog nooit was vertoond. De media konden er niet onderuit te laten zien hoe geweldloze demonstranten werden aangevallen door arrestatieteams en Darth Vader-achtige types die rubberkogels afschoten en gebruikmaakten van knuppels, traangas, pepperspray en drukgolfgranaten. De omvang en de mate van organisatie van de protesten joegen de politie zo'n schrik aan dat ze zich aan krankzinnig, overduidelijk illegaal gedrag te buiten ging. Dit werd onderstreept door het feit dat er van de 631 arrestanten uiteindelijk maar veertien voor de rechter hoefden te verschijnen. Toen Seattle ontplofte en het eerste succes werd geboekt doordat de opening van de WTO moest worden afgelast, waren er publieke protesten aan de gang in heel Frankrijk, in Amsterdam, Berlijn, Buenos Aires, Colombo, Genève, in India, Manilla en Milaan.
De internationale media waren dol op de gebeurtenissen in Seattle omdat het een buitengewoon visueel spektakel opleverde. Overigens ook beelden van meer traditionele herrieschopperij, zoals toen vestigingen van Starbucks, Planet Hollywood en Nike werden aangevallen. Voor de media was dit een uitgelezen kans om het spookbeeld van het anarchisme op te roepen en de anarchistische demonstranten te demoniseren. Ze werden afgeschilderd als geestelijk gestoord, gevaarlijk, als mensen die zich volkomen tebuitengingen, met maskers op om amok te maken, smijtend met stoeptegels, in één grote orgie van plunderingen.
Het was immers wat moeilijker uit te leggen dat die betrekkelijk kleine groepjes demonstranten een onbelangrijke rol speelden in vergelijking met andere anarchistische groeperingen, pacifisten, boeren, vakbondsleden en milieuactivisten, die als natuurlijke bondgenoten bijeenkwamen in vijf dagen van hardnekkig, goedgeorganiseerd, geweldloos protest. Waar de media verstomd van stonden was dat er niet één enkele groep of leider zat achter de georkestreerde en goedgeleide campagne waarbij kleine groepjes de straten en hotels blokkeerden zodat de delegatieleden niet bij hun vergaderingen konden komen. Zelfs bij die paar aanvallen op eigendommen ging het om winkels die bewust waren uitgekozen vanwege hun symbolische en tastbare rol in een vrijemarkt-fundamentalisme dat de wereld koloniseert.i Zo werden de roquefort-kaasjes gebruikt omdat het een van de Europese producten was waar Amerika als represaille 100 procent extra invoerrechten op hief omdat Europa het met hormonen behandeld rundvlees uit de VS weigerde.
Net als voor de media kwam Seattle ook als een shock voor de gevestigde politico's en salon-apparatsjiks. Waar kwamen al die duizenden demonstranten toch vandaan? Van welke partij of club waren ze lid? De wortels van de anti-kapitalistische beweging dateren van 30 jaar geleden, de tijd van de Vietnam-demonstraties en de latere betogingen tegen kernenergie. En die roots waren even onbekend als de anti-hiërarchische, anarchistisch geïnspireerde structuren zoals affiniteitsgroepen, woordvoerdersraden en besluitvorming door consensus, die de ziel hadden gevormd van het organisatorisch succes van Seattle. En doordat die structuren onbekend waren, werden ze niet herkend als de belichaming van een libertaire organisatie.
Affiniteitsgroepen zijn door anarchisten ontwikkeld tijdens de Spaanse burgeroorlog van 1936-1939. Het zijn zelfbesturende eenheden die tot op het kleinste niveau alle activiteiten regelen - van passieve ketens van demonstranten tot theatergroepen en activisten die bereid zijn zich te laten arresteren. Afgevaardigden van affiniteitsgroepen vormen een woordvoerdersraad. De vertegenwoordigers zijn zowel woordvoerder als spaak in het organisatorisch wiel. Ze spreken namens hun groep en coördineren de flexibele clusters van affiniteitsgroepen voorafgaand aan en tijdens een gebeurtenis. Op elk niveau verloopt de besluitvorming collectief en democratisch, waarbij er altijd alle ruimte is voor afwijkende meningen en waarbij bepaalde procedures worden gevolgd teneinde tegemoet te komen aan minderheidsopvattingen en het oplossen van conflicten te vergemakkelijken.
En waar protesteerde die zwart-rood-groene regenboog van Seattle eigenlijk tegen? De Koude oorlog was voorbij, de mogelijke vernietiging door kernwapens leek een kwestie uit het verleden, en toch was er sprake van een gecontroleerde explosie van protest. De protesten kwamen niet voort uit linkse partijen, want die waren juist opvallend afwezig. Gevestigd links had deze gebeurtenis niet gepland en toch was er sprake van een zeer bewuste solidariteit tussen het hele spectrum van demonstranten, zowel qua spirit als organisatie, zowel links als libertair. De protesten in Seattle waren gericht tegen organisaties als de WTO, de Wereldbank en het IMF omdat zij gezien worden als het zeer reële, duistere hart van het mondiale kapitalisme, als een super-regering die de natiestaten tebovengaat.
Deze instellingen, die het economisch beleid van een nieuwe wereldorde bepalen, zijn niet gekozen, leggen geen verantwoording af en opereren internationaal. Als antwoord op het mondiale neoliberalisme is de laatste jaren het anarchisme opnieuw verrezen, een politiek en maatschappelijk radicalisme dat het kapitalisme bestrijdt met een libertair communisme. Het economisch vrijemarktdenken dat de onderbouwing vormt voor het neoliberalisme wordt door zijn ideologen geportretteerd als zou het een democratisch kapitalisme zijn dat iedereen evenveel kans biedt op succes en welvaart. Het zijn echter bepaald niet alleen anarchisten die vinden dat het ‘discours’ van het neoliberalisme in feite een mooi verpakt, theoretisch lulverhaal is dat moet verhullen dat de economische macht in handen is van een geprivilegieerde elite, en dat door zijn wereldwijde ambities getuigt van een nieuwe vorm van kolonialisme. Dit economisch neokolonialisme zorgt ervoor dat een internationale klasse van kapitalisten en naties, met de VS voorop, complete groepen mensen tot economische satellieten maakt, terwijl ondertussen organisaties als de WTO toezicht houden op die satellietstaten. Tijdens de Koude oorlog was het voor de verdedigers van de vrije markt tamelijk gemakkelijk om tegen zulke scherpe kritiek aan te voeren dat er ook in het sovjetsysteem allerlei ongelijkheden zaten, en de critici op te zadelen met het etiket ‘communist’.
Die spelregels zijn nu veranderd doordat de anti-kapitalistische beweging niet uit is op het overnemen van de politieke macht in traditionele zin en al evenmin communistisch is in de traditionele zin van het woord. Principieel verzet tegen het kapitalisme wordt gewoonlijk geassocieerd met linkse ideologieën en met landelijke politieke partijen die zulke ideologieën koesteren, maar dat soort partijen zat nu juist niet achter de protesten in Seattle. Activisten zijn niet op zoek naar parlementszetels, maar streven wel naar de ontmanteling van de ideeën en praktijken van een vrijemarkt-ideologie die er op agressieve wijze op aandringt de menselijke geschiedenis naar haar egoïstisch evenbeeld te vormen. De beweging stelt haar vertrouwen in het organiseren van gewone mensen (grass roots) en, als gevolg van de globalisering die haar tot leven heeft gewekt, in protesten op het internationale toneel.
Deels is de geschiedenis van de beweging die Seattle stormenderhand veroverde, begonnen in het zuiden van de wereld, en wel met een conferentie in het door de Zapatista's gecontroleerde Chiapas in Mexico die als motto had: het Internationaal Treffen voor Menselijkheid en tegen het Neoliberalisme. In hun intentieverklaring werd opgeroepen een nieuw netwerk van verzet te vormen:

‘Een netwerk van stemmen die niet alleen spreken maar ook strijden en verzet bieden, vóór menselijkheid en tegen het neoliberalisme. Een netwerk dat de vijf continenten omvat en meehelpt weerstand te bieden tegen de dood die de Macht ons belooft. Een netwerk zonder centrale leider of beleidsbeslisser, zonder centraal commando of hiërarchie. Wij zijn dat netwerk, wij allen die ons verzetten.’

Het model voor het soort politieke en sociale autonomie waar de anti-kapitalistische beweging naar streeft, is anarchistisch. Ook de ziel van de anti-kapitalistische beweging is anarchistisch. Hun karakter is anti-autoritair en de traditionele linkse partijen worden verworpen. En men kiest voor directe actie. Die zaken zijn sterk in de geest van het libertair socialisme. De anti-kapitalistische beweging streeft ernaar de mondiale corporaties te saboteren die allerlei aspecten van de staat beginnen over te nemen, waarbij ‘mensen uit de ‘eerste’ wereld bijzonder veel inspiratie kunnen putten uit de mogelijkheid bondgenoot te worden van activisten uit de derde en vierde wereld.’
De fundamentele kritiek van de anti-kapitalistische beweging op de vrijemarkteconomie, heeft veel gemeen met de marxistische analyse van de bestaande maatschappelijke en economische orde. Het verband tussen marxisme en anarchisme komt aan de orde in hoofdstuk drie. Er bestaan grote overeenkomsten tussen anarchisme en marxisme, want oorspronkelijk bevat ook het libertair communisme een analyse van het kapitalisme waarin de logica van uitbuiting en het ondermijnend effect ervan op de menselijke verhoudingen centraal staat. En dat op een manier die teruggaat op het vroege werk van Marx. Diens beschrijving van vervreemding, het ongelukkige en onvervulde bestaan van mensen onder het kapitalisme, past zowel in het communisme als het anarchisme. En de evolutionaire voortgang van marxisme en anarchisme volgt hetzelfde radicale pad van het ter discussie stellen van de maatschappelijke en politieke gevolgen van het kapitalistisch economisch systeem. Ze verschillen van elkaar als het gaat om wat de beste manier is om de bestaande orde te veranderen. Dit wordt weerspiegeld in de heftige wijze waarop de anti-kapitalistische beweging zich heeft gedistantieerd van het marxisme van Lenin en het staatssocialisme, maar met behoud van brede aspecten van Marx' analyse van de vrije markt.

DE ANARCHISTISCHE WENDING
Dat staat allemaal ver af van het traditionele beeld van het anarchisme als zou het synoniem zijn met nihilisme en de moedwillige, dostojevskiaanse destructie. Dat stereotype van de anarchist werd gevoed door anarchistisch-geïnspireerde moordaanslagen in de late 19e eeuw op figuren als tsaar Alexander II, de Franse president Carnot en de Amerikaanse president McKinley.4 Niet verwonderlijk dus dat er een beeld van de anarchist is ontstaan als zou dat een gestoorde moordenaar zijn met lange zwarte bakkebaarden. De pers was allang blij dat anarchisme, socialisme en terroristisch geweld op éçn hoop konden worden gegooid. In een aantal populaire films en romans werd het anarchisme afgeschilderd als een irrationele, destructieve, impulsieve neiging.
In The secret agent uit 1907, een roman van Joseph Conrad, is sprake van een anarchistische gemeenschap waarin de figuur Karl Yundt optreedt ‘met een opschepperige voorkeur voor een zwarte, vilten sombrero die de gaten en kloven in zijn kapotgezopen kop moet verhullen.’ Yundt wordt overigens nog overschaduwd door 'n labiel soort professor met een bom in z'n broekzak, wiens motto luidt: ‘Geen God! Geen Meester!’ De bom moet precies twintig seconden nadat hij is geactiveerd afgaan, maar de hooggeleerde is niet helemaal tevreden met het mechanisme. Hij is vervolgens in zijn laboratorium dagenlang in de weer om ‘het volmaakte ontstekingsmechanisme’ te ontwikkelen, en à la Archimedes pocht hij: ‘Waanzin en wanhoop: geef me de hefboom en ik beweeg de wereld!’ De roman eindigt met het beeld van de professor, schielijk sluipend langs de straten van Londen,

‘... terwijl hij zijn ogen afwendt van het weerzinwekkend volk dat mensheid heet. Er bestaat geen toekomst voor hem. Hij veracht de toekomst. Nee, dan hij: één en al kracht! In gedachten koestert hij beelden van ondergang en verwoesting. Hij loopt daar, mager, onopvallend, sjofel, deerniswekkend. Voelt zich ellendig in het besef van de eenvoud van het - zijn - idee dat waanzin en wanhoop de wereld opnieuw tot leven kunnen wekken. Maar niemand kijkt naar hem om. En hij loopt maar door, een wandelende bom, zonder dat iemand hem ergens van verdenkt. Als de pest, in die straat vol mensen.’

Ook allerlei films uit de vroege 20e eeuw speelden al met dat beeld van de sinistere anarchist als icoon van irrationaliteit, wiens modieus uiterlijk dat gewoonlijk bij een bohémien paste, duidelijk maakte dat hij onmogelijk iets gemeen kon hebben met het soort burgers dat naar dergelijke films keek. Nog in 1960 kon Robert Baker in zijn film The Siege of Sidney Street enkele bekende stereotypen hergebruiken om een gebeurtenis uit 1911 te beschrijven: in het hart van de Londense cockney-wijk East End vond een schietpartij plaats tussen de politie en bankrovers die - in feite per vergissing - vervolgens werden afgeschilderd als anarchisten.
In de film hebben de overvallers een politiek motief en hoewel ze zich nooit als anarchisten afficheren, hangen ze rond in een sociëteit waarvan de barman tegen een stille zegt dat 't een geliefd trefpunt is van ‘anarchisten, atheïsten en vegetariërs.’ Een sleutelfiguur van de bende, Peter the Painter, wordt door acteur Peter Wyngarde neergezet als een oprechte maar keiharde ideoloog. Een ander bendelid, de vreselijke messentrekker Yoska, ontleent een wreed genoegen aan zijn zinloos geweld en seksuele agressie. In betreffende volksbuurt - East End - heb je ook a-politieke provinciaaltjes die samenklitten om niets te hoeven missen van de uiteindelijke schietpartij. Wanneer de staatsmacht onder leiding van de hoge heren met hoge hoeden, onder wie een sigarenrokende minister van binnenlandse zaken (Winston Churchill was in die tijd minister en heeft zich inderdaad vertoond in Sidney Street) een gevecht levert dat wordt weergegeven als een uitermate on-Engelse uitbarsting van politiek geweld. Claude Chabrols thriller Nada uit 1974 had een meer eigentijdse setting, namelijk de fictieve, klungelige ontvoering van de Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk. In die film werd geen enkele moeite gedaan het beeld te nuanceren van de anarchist als fanatieke, in het zwart geklede beeldenstormer. Buenaventure Diaz, de Spaanse leider van de bende ontvoerders, is een opgedofte versie van de wilde, bebaarde bohémien Peter the Painter uit The Siege of Sidney Street. Diaz is modieus gekleed in een lange, zwartleren jas, blitse sombrero en een keurig geknipte baard, en schreeuwt zelfs ‘Lang leve de Dood!’
Chabrols film is doorspekt met een cynisme dat suggereert dat er een morele gelijkwaardigheid bestaat tussen terrorisme en de bereidheid van de staat om te moorden, zoals in dat boek van Conrad. Aan het anarchisme als bijzondere overtuiging wordt weinig aandacht geschonken. Nadat al zijn kameraden zijn doodgeschoten bij een politieoverval op de boerderij waar de ambassadeur werd vastgehouden, kijkt Diaz recht in de camera. Hij erkent dat terroristisch geweld alleen maar de staatsmacht versterkt - ‘de staat haat terrorisme, maar heeft dat altijd nog liever dan de revolutie’ - maar de camera i.c. Diaz zegt niets dat zelfs maar vagelijk verwijst naar de creatieve rijkdom van het anarchistisch concept.
Wat zijn dan die wezenlijke overtuigingen van het anarchistisch denken? Het anarchisme is revolutionair doordat het streeft naar een nieuwe maatschappelijke orde die gebaseerd is op libertaire socialistische ideeën. Er is binnen het anarchisme sprake van een principiële oppositie tegen de meeste vormen van opgelegd, gecentraliseerd of hiërarchisch gezag. Instellingen, organisaties en structuren van denken en kunst die zulke vormen van gezag belichamen, worden verworpen omdat men vindt dat de creatieve en productieve mogelijkheden van mensen erdoor worden beperkt, gecontroleerd of onderdrukt. Het anarchisme roept absoluut niet een denkbeeldige tijd op van voor de zondeval. Het gaat erom dat mensen de verantwoordelijkheid nemen voor hun dagelijks leven en dat ze de uitdaging aangaan om in de huidige, complexe samenlevingen vormen te ontwikkelen van participerend, democratisch bestuur. Daarbij worden de moeilijkheden die zich voordoen bij het creëren van een libertaire, gedecentraliseerde orde echt niet gebagatelliseerd. Zo vroeg de anarchist Errico Malatesta zich ooit hardop af: ‘En als iedereen nou eens patrijs wil eten en chianti drinken, wie maakt dan de wc's schoon?’ Het anarchisme is zich terdege bewust van de problemen bij het ontwikkelen van gecoördineerde besluitvormingsstructuren, zonder tegelijk een bureaucratie te laten ontstaan die het zaad bevat van het autoritaire dat het juist wil vervangen. Pro-plaatselijk, het positieve gezicht van wat soms de anti-globaliseringsbeweging wordt genoemd, wil zeggen dat je streeft naar gedecentraliseerde gemeenschappen waar de macht niet de gelegenheid krijgt zich te concentreren in de handen van een elite of bureaucratie.
Principes mogen dan wel hetzelfde blijven, maar de geschiedenis verandert de tijden nu eenmaal. En het anarchisme is meeveranderd om die uitdaging aan te gaan. De revolutionaire politiek van de 19e en 20e eeuw had als doel de gewelddadige omverwerping van bestaande regeringen als middel om de aard van de samenleving te veranderen. Ironisch genoeg is de bron van dat soort revolutionaire politiek tegenwoordig de VS, want die gebruikt zijn onbetwiste status als enige wereldmacht om het neoliberalisme over heel de wereld te exporteren, door landen die weigeren door het stof te kruipen voor de Amerikaanse prioriteiten te dreigen met heel veel geweld en zo nodig hun regering omver te werpen.
Er is een soort omkering aan de gang: het neoliberalisme zoals dat naar voren komt in de Amerikaanse buitenlandse politiek, laat steeds duidelijker zien dat het bereid is zwaar fysiek geweld te gebruiken om staten die de Amerikaanse hegemonie niet aanvaarden te intimideren. Het nieuwe anarchisme van de anti-kapitalistische beweging ontwikkelt daarentegen een agenda van détournement (een situationistisch begrip dat ruwweg ‘omdraaiing’ betekent) waarmee de conventionele opvattingen over radicaal protest worden omgedraaid. Door bepaalde methoden en symbolische gebaren te gebruiken, vertegenwoordigt de anti-kapitalistische beweging een anarchistisch-geïnspireerde oppositie tegen het neoliberalisme. Soms trouwens laat de symboliek zich prima combineren met pragmatisme. Ya Basta begon in 1996 in Italië als uiting van solidariteit zonder leiders in navolging van de zapatistische opstand in Mexico. Ze trokken witte overalls aan om te laten zien dat mensen onder het neoliberale beleid worden gereduceerd tot machteloze onzichtbaarheid. Overigens biedt hun Michelinmannetjes-uitrusting - met stootkussens, helmen en schilden - ook bescherming tegen het politiegeweld.
Veel anarchisten - niet allemaal - beginnen te accepteren dat de anti-kapitalistische beweging geweldloos zal moeten zijn om met succes weerstand te bieden aan het georganiseerd geweld van de door de VS geleide coalitie van natiestaten die na de Koude oorlog het internationaal kapitaal en marktstalinisme propageren. Georganiseerd geweld dat tot oorlog leidt is altijd een eigenschap geweest van natiestaten. En de heersende klassen van de afgelopen honderd jaar zijn de gewelddadigste en meest destructieve geweest in heel de geschiedenis. Communistische en kapitalistische staten hebben altijd dezelfde oorlogsmachinerie en methoden gebruikt om zowel de orde te bewaren als hun staatsgeweld toe te passen. De nieuwe tijd van mondiaal kapitalisme laat zo'n zelfde gebruik van geweld zien, maar dan op internationale schaal. Daarbij worden de VN en de NAVO ingeschakeld, of dat handige, flexibele begrip ‘de oorlog tegen het terrorisme,’ dus elke vorm van gewelddadig verzet is zowel in principe als in de praktijk onbegonnen werk. Het anarchisme verzet zich tegen de gecentraliseerde, hiërarchische denkrichting die de staatsmacht voedt en structureert. Dat wil zeggen dat het georganiseerd geweld dat wordt belichaamd door staten wordt verworpen. De demonstranten gebruiken verfbommen in plaats van semtex, waterpistolen in plaats van geweren, en schertslegertjes van elfjes en mensen in witte overalls, versterkt met schuimkussens of met verlengde rubberen ledematen. Dit is allemaal niet de uitdrukking van een softe, hippie-achtige geleidelijkheid, maar een gedramatiseerde visuele vorm die past bij openlijke ontevredenheid van een niet-hiërarchische beweging die bereid is tot vechten. De anarchistische principes die de carnavaleske ordeverstoringen bij topconferenties en elders inspireren, zijn dezelfde principes die leiden tot de niet-hiërarchische organisatievormen van de anti-kapitalistische beweging als geheel en tot voorstellen voor economische en politieke verandering. Overigens betekent dit niet dat het anarchisme blind is voor het feit dat de kapitalistische orde geweld zal gebruiken om haar belangen te verdedigen. Anarchisten beklemtonen juist het verschil tussen het monsterlijk geweld van regeringen en de confronterende benadering en vernieling van eigendommen die sommige groepen anti-kapitalistische demonstranten gebruiken. Hoofdstuk vier gaat in op de schijnbaar onoplosbare verhouding tussen anarchisme en geweld.
De meest gangbare kritiek op het anarchisme is dat het zich door zijn utopisch idealisme plaatst aan de uiterste rand van iedere bestaande of zelfs voorstelbare orde. Als we op een apocalyptische ochtend zouden ontwaken en erachter kwamen dat de regering was afgeschaft, dan zouden vragen als ‘Wie maakt de vuilnisbakken leeg?’ en ‘Wie vangt de moordenaars?’ elke discussie over anarchisme absurd maken: wereldvreemd op z'n best en dreigende onzin op z'n slechtst. Door in dergelijke termen een beeld van het anarchisme op te roepen, namelijk als synoniem van gevaarlijke chaos, verwar je het met een programma voor radicale verandering van onze levenswijze. Er zit nu eenmaal een onvermijdelijke rek in het gebruik van het woord anarchie, wat de bron is van de verwarring over het onderwerp. Met dit in gedachten zal het volgende hoofdstuk de hoofdlijnen van het anarchisme als serieuze politieke en sociale filosofie behandelen.
De kern van het anarchistisch denken houdt de overtuiging in dat mensen hun eigen toekomst moeten bepalen, gebaseerd op vrijheid, waardigheid en creativiteit, en dat ze kunnen leven en werken in een economisch systeem dat ze zo veel mogelijk de ruimte geeft hun eigen lot te bepalen. Het neoliberalisme wordt gezien als een bespotting van juist die ideeën, doordat het te veel aspecten van het leven reduceert tot een verzameling markttransacties, zodat bijna alles een prijs heeft, maar heel weinig dingen waarde hebben. Het verzet dat het anarchisme voert tegen die economische opvattingen en tegen de ethiek die eruit voortvloeit, staat met z'n filosofische wortels in de grond die Marx heeft omgespit toen hij inzag dat de menselijke natuur niet statisch is. Marx deelt met de anarchisten de Prometheus-overtuiging dat de mensheid onbeperkt in staat is zichzelf te scheppen en een nieuwe werkelijkheid tot stand te brengen. Want precies zoals het kapitalisme het feodalisme omver heeft geworpen en een nieuwe wereld tot stand heeft gebracht, en precies zoals dat kapitalisme momenteel de vrijemarktwereld uitbreidt naar de derde en vierde wereld, zo kan in principe, door middel van radicale verandering, die wereld ook omver worden geworpen, en een nieuwe economie en andere waarden worden gecreëerd.
Met Marx deelt het anarchisme dit dynamisch, revolutionair geloof in de macht die voortkomt uit de onvoorziene aard van de geschiedenis. De erkenning dat de werkelijkheid is zoals wij die voortdurend maken, is het fundament van een krachtige sociale ontologie. Dat is het onderwerp van hoofdstuk drie.
Net als alle andere idealen is het libertair ideaal utopisch, maar dat wil nog niet zeggen dat het anarchistisch concept als werkbaar uitgangspunt voor geciviliseerde, georganiseerde activiteiten alleen van theoretisch belang is. Het zeer reële bestaan van internet met zijn grenzenloze architectuur waar niemand de baas is, is in dit opzicht een model, een paradigma van het anarchisme. Toen internet beginjaren '90 vaste vorm begon te krijgen, was het gestoeld op de voorwaarde dat de essentiële middelen die het systeem technisch haalbaar maakten, zouden worden gedeeld zonder licenties. Allerlei belangrijke innovaties zoals het wereldwijde web om dingen op te zoeken, te e-mailen en online te chatten, waren afkomstig van individuen die onafhankelijk van het systeem werkten en die er niet op uit waren het te controleren. Niemand is eigenaar van internet en het kennelijk succes van een onderneming zonder eigenaar en een waar geen politie aan te pas komt, is nog steeds voor veel mensen een verrassing, zo'n beetje zoals het boeddhisme een ‘religie’ is zonder God.
Het zou echter wat al te makkelijk zijn om in holistische termen te oreren over internet, want ofschoon internet een demonstratie is van de bruikbaarheid van enkele belangrijke anarchistische principes, belichaamt de geschiedenis van internet ook de bekende manieren waarop het kapitaal ernaar streeft nieuwe productiemiddelen te exploiteren en te controleren. Het is nu al zo dat een zeer klein aantal websites - zoals Microsoft en America OnLine - een dominante invloed heeft op de tijd die je op internet doorbrengt. En dat is nauwelijks toeval als je bedenkt dat Microsoft het besturingssysteem voor pc's in handen heeft en dat AOL een dominante positie inneemt qua gebruikerslijsten en een forse inbreng heeft ten aanzien van de inhoud van het web. Toen internet rond 1994 in zwang raakte, had het de uitstraling van een soort elektronische versie van Mao's blijmoedige uitnodiging om honderd bloemen te laten bloeien. Wat er vervolgens van is geworden, lijkt echter meer op een weerspiegeling van de ondergang van Mao's bevrijdend evangelie naar gecentraliseerde, autoritaire controle. De verbazingwekkende groei en populariteit van internet hadden te maken met de vraag of computergebruikers in staat waren zich aan te sluiten op lokale telefoonlijnen. Telefoonmaatschappijen mochten providers niet het recht ontzeggen of beperken in hun toegang tot telefoonkabels. Internet gedijde zo goed dankzij de open toegankelijkheid van de simpele telefoonlijn.
Nu dit fysiek-technisch platform op het punt staat vervangen te worden door snellere breedbandtechnologie - bijvoorbeeld via de tv-kabel - wordt het mogelijk in een vroeg stadium controle uit te oefenen op de inhoud, en wel op een manier die telefoonmaatschappijen nooit mochten toepassen. In tegenstelling tot hun voorgangers, de telefoonmaatschappijen, zijn kabelmaatschappijen namelijk wel in staat de toegang tot hun systeem te controleren. Ook op allerlei andere manieren wordt de wet gebruikt of veranderd om de open structuur van internet onder controle te krijgen. Neem bijv. het bedrijf Napster, dat internet gebruikte om muziek te delen met andere gebruikers. Napster liep stuk op Amerikaanse rechtbanken en een muziekindustrie die (met vijf bedrijven) een monopolie had van 80 procent van de mondiale muziekdistributie.
Het open karakter van internet wordt ook met andere middelen beperkt. Dat kan iedereen zien die er sinds een paar jaar mee werkt. Een jaar of tien geleden was surfen op internet een reis in het onbekende: je kon onmogelijk voorspellen waar een link toe zou leiden. Tegenwoordig heb je weblogs en zoekmachines waarmee de websites worden gerangschikt op populariteit. Daardoor ontstaat het gevaar dat het collectief bewustzijn in vaste banen wordt geleid, hoewel de structuur van internet eigenlijk anarchistisch was. Tegelijk is internet de plek geworden voor verzet in de vorm van hacktivisme: het politiek geïnspireerd hacken of saboteren door ‘cyboteurs.’ Op nog fundamenteler niveau is gebleken dat internet het ideale medium is voor anarchistisch-georiënteerde groeperingen en organisaties om ideeën en ontwikkelingen te publiceren. Het meest vruchtbare voorbeeld is het verschijnsel Indymedia, een decentraal, open netwerk voor tegen-informatie, gevormd rond collectieven van activisten, kunstenaars en DIY (Do It Yourself) mediafiguren. Het eerste Independent Media Center is in 1999, na Seattle, voortgekomen uit de anti-kapitalistische beweging en werd in de eerste week zo'n anderhalf miljoen keer bezocht.
Het is nu echt intercontinentaal, met bijna 100 websites over heel de wereld die elkaar ondersteunen en anti-kapitalistische activisten oproepen na acties meteen hun video- en audiobestanden plus hun teksten te uploaden. Op dezelfde manier willen mensen die tegen de staat zijn, vorm en inhoud met elkaar in overeenstemming brengen en hebben hun organisaties op internet gezet. Daarmee willen ze een publiek bereiken dat vroeger onbereikbaar was, omgekeerd worden hun activiteiten en programma's erdoor beïnvloed. Dit geldt overigens voor heel de anti-kapitalistische beweging, maar in het specifieke geval van de zapatistische opstand in Mexico bleek dat zo'n gigantisch goed idee te zijn dat het Amerikaanse leger opdracht gaf tot een studie naar de aard van dit ‘nieuwe monster’ omdat ze begrepen dat ze het in de toekomst onder ogen zouden moeten zien.
Een van de conclusies van de studie, gepubliceerd in 1998, was dat nadat de zapatistische opstand in 1994 was uitgeroepen, het intensieve internetcontact tussen sociaal-activisten in en buiten Mexico een ‘samengaan’ van steun mogelijk maakte, zowel fysiek als elektronisch. Dat ‘samengaan’ was niet tevoren beraamd - de opstand zelf wel - maar het veranderde de aard van de opstand, namelijk van een gewone rebellie naar iets wat de studie ‘een maatschappelijke netoorlog’ noemde. Online activisten maakten het belangrijke, misschien zelfs doorslaggevende verschil ten aanzien van aard en koers van de zapatistische opstand. De Mexicaanse minister van buitenlandse zaken stelde in 1995 met enige opluchting vast dat ‘Chiapas een plaats is waar de afgelopen vijftien maanden geen schot is gelost ... Het schieten heeft tien dagen geduurd en sindsdien is de oorlog er een van inkt, van het geschreven woord, een oorlog op internet.’ In hoofdstuk vier wordt dit onderzocht binnen de context van de geschiedenis van door het anarchisme geïnspireerde opstanden.
Het zal geen verrassing zijn dat internet op zich al een verzetshaard is, want de geschiedenis van het anarchisme is een verhaal van strijd tussen enerzijds libertaire impulsen en anderzijds de pogingen ze in toom te houden via traditionele gezagsstructuren. Hoewel het verhaal van het anarchisme als zelfbewuste filosofie pas begint in de 19e eeuw, gaan de daden en ideeën over menselijke autonomie terug op mythen als het besluit van Adam en Eva om hun ‘meester’ in de hof van Eden ongehoorzaam te zijn. Het maar al te reële, overdadig-rijke wandtapijt van het libertair denken in onze intellectuele geschiedenis, gaat terug op het taoïsme en boeddhisme. Er is een onmetelijke bibliotheek van literatuur die getuigt van de aantrekkingskracht van anarchistische denkbeelden, en dit wereld-erfgoed is op vrolijke wijze in kaart gebracht door Peter Marshall in zijn boek Demanding the Impossible uit 1993.
Al in de Engelse burgeroorlogen van 1640-1651 kun je duidelijk anarchistische ideeën aanwijzen, maar pas met de Franse revolutie van 1789 en het radicaal afwijzen van de heersende orde, ontstond het anarchisme als zelfbewuste traditie, geworteld in directe actie. In de 19e en vroege 20e eeuw verschijnen de kanonnen van het anarchisme ten tonele: Michael Bakoenin en Peter Kropotkin, maar ook mensen als Errico Malatesta en Emma Goldman. Wat later in de 20e eeuw vormden hun kerngedachten bewust of onbewust een bijdrage aan een opkomende beweging tegen het mondiaal kapitalisme en diens filosofische dekmantel het neoliberalisme. De Zapatista's riepen op tot verzet tegen de economische dictatuur en om te vechten voor zelfbeschikking, zowel in de getto's van India als Engeland. De oproep was niet alleen gericht aan de Mexicanen maar aan iedereen op de wereld, en kan niet los worden gezien van de beweging tegen het mondiaal kapitalisme die bijdroeg aan de gebeurtenissen in Seattle van eind 1999.
Naast de politieke geschiedenis van het anarchistisch verzet tegen de staat zit er nog een andere dimensie in het libertair denken, die tot uiting komt in de aantrekkingskracht van anarchistische ideeën op kunstenaars en intellectuelen voor wie er onmiskenbaar iets mis is met de bestaande vormen van presentatie. Deze kunstenaars en denkers proberen de hiërarchieën van onderwerpen op hun gebied te deconstrueren en nieuwe, anti-hiërarchische modellen te ontwikkelen. Hoofdstuk vijf kijkt naar de manier waarop het anarchisme een inspirerende impuls is geweest voor literatuur en film, psychologie, de esthetiek van dada tot punk en culturele raadsels als het situationisme.
De rijkgeschakeerdheid van alternatieve esthetische en kennistheorieën die uit al deze gebieden voortkomen, is niet alleen op zichzelf al de moeite waard, maar levert ook waardevolle bijdragen aan het denken en handelen buiten het model van het paradigma van de mondialisering. Kunstenaars en filosofen die op anti-hiërarchische wijze aan het werk zijn (scheppend of denkend) en die tegelijk - en dit is cruciaal - de doodlopende weg van het postmodernisme vermijden, kunnen alternatieve waarden tot uitdrukking brengen op manieren die lijken op die van de anti-kapitalistische protesten die te horen zijn van de eerste tot en met de vierde wereld.
Het anarchisme kan tenslotte niet worden gedefinieerd in termen van een politieke beweging, filosofie of artistieke uiting. Dit alles en meer, en de spanning die daaruit voortkomt - het thema van het laatste hoofdstuk - maakt het anarchisme zo de moeite waard en zo belangrijk.

> terug naar uitgave